1. Eens zag de Heer mij, arm en blind,
Gans beroofd van 't ogenlicht,
Ik smeekte: "Heer, gedenk ook mij,
Op U is mijn hoop gericht."
2. Hij legde zijn doorboorde hand
Op mijn ogen, geest'lijk blind,
De sluier viel en 'k zag 't gelaat,
Van Gods Zoon, die mij bemint.
3. Nu zie 'k zijn liefde, helder, klaar,
Want de zondemist is heen.
Hij nam mijn blindheid weg voorwaar,
En verhoorde mijn gebeên.
4. Nu prijst mijn hart het bloed van 't Lam,
Dat mij heelde, o glorie,
Ja, ik weet een ding, halleluja,
Dat 'k blind was en nu zie.
Koor. Hij kocht mij vrij en heelde mij.
Eén ding weet ik: dat ik blind was en nu zie.
'k Prijs Hem, die mijn zonde droeg,
'k Weet één ding, dat is genoeg,
Dat ik blind was en nu zie.