1. Vat mijne hand, ik ben zo zwak en hulp'loos.
Zonder Uw hulpe durf 'k alleen niet gaan.
Vat mijne hand, en dan o dierb're Heiland,
Kan in Uw kracht, ik elke storm weerstaan.
2. Vat mijne hand, en trek mij nader tot U,
Dicht aan uw hart is 't veilig voor Uw kind;
Vat mijne hand, opdat ik niet verdwale,
Steun mij o Heiland, die mijn ziel bemint.
3. Vat mijne hand, de weg ligt donker voor mij,
Zo niet Uw aanschijn mij is toegewend;
Licht wordt mijn pad, gaat Gij slechts met mij mede,
Gij, die alleen mijn zorg en moeiten kent!
4. Vat mijne hand, en leidt mij door dit leven;
Straks ook bij 't trekken door de doodsjordaan,
Laat hemels licht, mij arme, dan bestralen,
Tot ik de gouden poort mag binnengaan!