1. De Heer is onze rots en burcht,
Een schuilplaats tegen storm en vloed;
Een hoog vertrek bij droefenis,
Een ankerplaats in tegenspoed.
2. Bij dag een schaduw voor de zon,
Een schuilplaats tegen storm en vloed;
Bij nacht een rustoord bij de bron,
Waar' vrede heerst en overvloed.
3. Onwankelbare rots is Hij.
Een schuilplaats tegen storm en vloed;
Mijn God, mijn kracht, mijn toeverlaat,
Mijn gids bij voor- en tegenspoed!
4. De Heer is onze rots en burcht,
Een schuilplaats tegen storm en vloed;
Het heiligdom van onze ziel,
Waar al het duister wijken moet.
Koor. Eeuw'ge rots, sterk in heerlijkheid,
Ja, Gij biedt ons troost en veiligheid
Op U bouw ik, Gij mijn hoogste goed,
Een schuilplaats tegen storm en vloed.