1. Eens in 't nachtelijk duister, wekte mij des Heren stem;
Wilt gij Mij niet volgen, naar het nieuw Jeruzalem?
2. 'k Knielde neer aan Jezus voeten, en beleed mijn schuld,
O, hoe heeft zijn teed're liefde toen mijn hart vervuld.
3. 'k Zag in 't licht van Gods genade, 't kruis van Golgotha,
Waar Hij boette al mijn zonden, o, halleluja.
4. 'k Weet mijn naam is thans geschreven, in het boek van 't Lam,
'k Volg Hem gaarne, die mijn schuld, voor eeuwig op zich nam.
Koor. 'k Wil U volgen, o mijn dierb're Heer,
'k Leg mijn al op 't altaar neer.
Was mijn harte in Uw bloed gans rein,
'k Wil voor eeuwig d'Uwe zijn.