1. In Gods hof bloeien hemelse bloemen,
Allen lieflijk en schitt'rend van kleur.
Daar geplant door Gods hand in dat wondere land,
Zacht verspreidend een tedere geur.
2. O, die bloemen vol hemelse geuren,
Zij spreken een tale zo schoon,
Van vertrouwen en moed, van een vreugde zo zoet,
Van geloof in Gods enige Zoon.
3. In die hof hoor 'k de stem van mijn Meester,
In 't geluid van de ruisende wind,
En hij gaat aan mijn zij, en zijn oog rust op mij
Als Hij spreekt tot zijn liefhebbend kind.
Koor. Geloof, hoop en liefde, drie leliën zo rein,
Zij bloeien in 't harte, dat need'-rig wil zijn.
Geloof, hoop en liefde, zij vormen wel een,
Maar 't schoonste van allen is liefde alleen!