1. Ik ken slechts één geluk op aarde,
Slechts ene troost van uur tot uur,
Daarom zal steeds mijn harte zingen,
Vervuld van liefde en hemels vuur.

2. Nimmer behoef ik meer te vrezen.
Mijn Vader trok mij aan zijn hart.
'k Mag nu tevreden met Hem leven,
Hij is mijn steun, mijn troost in smart.

3. Wil satan steeds mijn ziel verblinden
Met wereldpracht en lust van d'aard;
'k Rust veilig nu in Jezus' armen,
Zijn liefde is mij alles waard.

4. Niets kan van 's Vaders hart mij scheiden,
Noch mensen, satan, dood of tijd.
Door Jezus' liefde ben 'k verbonden
Met God, tot in alle eeuwigheid!

5. Wilt gij ook dit geluk ervaren,
Laat dopen u met 's Heren Geest.
Dan zult gij weldra medejuichen:
,,'k Ben nimmer zo verblijd geweest!"

Koor. Ik ben 's Vaders kind, dat maakt mij zo blij.
Ik ben zo gelukkig, in Jezus gans vrij!
~ Glorieklokken nr.144 ~
's Vaders kind.
Tekst: M.A. Alt
Pfingstjubel 303