1. Als ik eenmaal zal staan voor de hemelse poort.
En de schoonheid aanschouw van dat zalige oord,
Zal ik smeken met aandrang: O laat mij toch in, -
Laat mij niet buiten blijven, o laat mij toch in!
2. Als ik eenmaal zal horen de lieflijke toon
Van de eng'len-schaar juichend voor Gods witte troon.
Zal ik wenen: O, Jezus o laat mij toch in,
Laat mij niet buiten blijven, o laat mij toch in!
3. Als ik eens zal aanschouwen mijn dierbare Heer.
Al de heil'gen Hem hulde betuigend en eer,
Zal ik bidden: O, Heiland, o laat mij toch in,
Laat mij niet buiten blijven, o laat mij toch in!
Koor. Geef uw hart nu aan Hem, luister nu naar zijn stem;
Zie nu op naar zijn vriend'lijk gelaat.
Eer de poort zich weer sluit, kom tot Hem, stel niet uit,
Anders komt gij voor eeuwig te laat.