1. Mijn Heer draagt kleed'ren, zo wonderschoon,
Van mirre en aloë.
Hun teed're geur vervult heel mijn ziel
Met liefde en zaal'ge vree.
2. Zijn leven legde mijn Heiland af,
Zijn kruis droeg Hij voor mij
En als ik denk aan die trouw, zo groot,
Dan wordt mijn hart zo blij.
3. In kassi is zijn kleed gedoopt.
O, raak de zoom slechts aan:
Een wond're kracht stroomt daarvan uit -
Tot kranken zwaar belaan.
4. Hij daalde neder van omhoog
Tot zondaars, zoals wij.
Komt kranken, raakt zijn kleed nu aan
En heden zijt gij vrij.
Koor. Uit de ivoren paleizen diep in een dal van smart,
Daalde Hij neer, mijn dierb're Heer, tot in mijn zondaarshart.