1. Stad vol van glorie, haven ; van vree,
Rustplaats vol licht ! aan zilveren zee.
Wanneer ontsluit uw poort zich voor mij.
Wanneer zal 'k ingaan, zalig en vrij?

2. Vriend'lijke lichtstad, zalig tehuis.
Van Gods gemeente onder het kruis.
Wat eens geloofd werd, wordt daar aanschouwd,
Achter die poorten van paarlen gebouwd.

3. Dierbaar Jeruz'lem, stralend in 't licht,
Van Gods verheven aangezicht,
O, hoe verlangt mijn ziel naar uw rust.
Wanneer zal 'k landen aan uwe kust?

Koor. Lieflijk Jeruz'lem met straten van goud,
Waar 't geestesoog Gods schoonheid aanschouwt.
Wanneer zal 'k rusten, voor eeuwig bij Hem,
Boven in 't nieuw Jeruzalem?
~ Glorieklokken nr.175 ~
Lieflijk Jeruzalem.