1. Ik moet gaan de weg van het ruw houten kruis,
Een ander pad is er niet.
Want een kind van God kent geen and're weg
Dan die Jezus, Gods Zoon, ons biedt.

2. O, die weg van 't kruis is besprenkeld met bloed,
Van Jezus, mijn Heer en God,
Hij, de man van smarten, Hij ging dat pad,
Diep gebukt onder hoon en spot.

3. Daarom zeg 'k vaarwel aan het werelds genot,
'k Verlaat nu het brede pad.
'k Volg mijn Jezus na op de weg van 't kruis,
Tot ik kom aan de heil'ge stad.

Koor. De kruisweg voert ons naar huis,
De kruisweg voert ons naar huis,
Neen, een kind van God kent geen ander pad;
De kruisweg voert ons naar huis.
~ Glorieklokken nr.180 ~
De kruisweg voert ons naar huis.