1. De Heer, o glorierijk verschiet,
Zal heersen over al 't gebied,
Van zee tot zee, tot 's aardsrijks eind,
Totdat geen zon of maan meer schijnt.

2. In eindeloze, reine stroom,
Stijgt dan aanbidding tot de troon,
Dan rijst zijn naam als wierookbrand,
Bij ied're morgenofferand.

3. En taal en volken worden een,
In 't prijzen van zijn liefd' alleen,
En kinderstemmen juub'len saam:
"Looft Hem! Gezegend zij zijn naam."

4. Aan dood noch vloek wordt meer gedacht,
Waar heerlijk straalt des Heilands macht,
Een voller heil is ons bereid,
Dan d' eerste scheppingsheerlijkheid.

5. Rijst op voor onze Vorst en geeft Hem glorie.
Hem, die eeuwig leeft!
Weer dalen eng'len juichend neer,
En 't aardrijk geeft het "Amen" weer.
~ Glorieklokken nr.221 ~
De Heer, o glorierijk verschiet.