1. Aarden vaten zoekt de Meester,
In zichzelve zwak en klein.
Die gereinigd en geheiligd,
Hem ten dienste willen zijn.
2. Lege vaten zoekt de Meester,
Dood aan 't oude eigen "ik".
Rein door 't dierbaar bloed des kruises.
Toegewijd elk ogenblik.
3. Vaten, die de Heer kan vullen.
Met zijn Heil'ge Geesteskracht,
Doe mijn beker overvloeien,
Voor hem, die naar laaf'nis smacht.
Koor. Vul mij met de spaderegen
Met Uw liefde o dierb're Heer,
Stel mij tot een rijke zegen,
Doe mij leven tot Uw eer.