1. Over bergen, langs ravijnen,
Trekt de Herder trouw en goed.
Tot Hij tussen struik en heester,
't Afgedwaalde schaap ontmoet.
2 O, hoor toe gij kind der wereld,
Jezus zocht u reeds zo lang
Wilt gij niet Zijn voetspoor volgen
Voelt gij niet zijn teed're drang?
3. Hoor, de Goede Herder zoekt u
't Schaap zo dierbaar aan zijn hart,
Laat u vinden, moede ziele,
Hij verlost van zondesmart.
Koor. Hoort gij niet de Goede Herder,
Die zijn schapen roept tezaam?
Eén ontbreekt nog aan zijn kudde,
Hoor, Hij roept u bij uw naam.