1. Nog een korte wijl, en de laatste mijl
Van mijn levensreis is volbracht,
'k Wend mijn aangezicht, naar het morgenlicht,
Waar de levensbron mij wacht.
2. Door een schaduwland, over gloeiend zand,
Richt mijn voet zich naar 't hemels oord,
Welk een zaligheid is Gods kind bereid,
Als het ingaat door de poort.
3. Die zijn voorgedaan, zie 'k van verre staan,
En zij wenken m' een welkom toe,
In dat land vol vree, aan de glazen zee,
Zingen d'eng'len blij te moe.
4. Heft de glorievaan, strijdt om in te gaan,
Schaart, Gods kind'ren u zij aan zij,
Buigt u neer voor 't kruis en bereidt uw huis,
Jezus' komst is zeer nabij.
Koor. Als de morgenster verrijst,
En mijn ziel vol verwachting looft en prijst,
Zal 'k mijn dierb're Heiland zien,
En Hem juichend hulde biên,
Als de morgenster verrijst.