1. In het land van eeuwig licht, ligt een vierkante stad,
Schijnsel van de zon of maan, heeft zij nimmer gehad.

2. In die stad vierkant van vorm, daar zijn straten van goud,
En de poorten schitt'rend schoon zijn uit paarlen gebouwd.

3. In dat nieuw Jeruzalem zijn de poorten niet dicht.
Ieder die daar binnengaat wandelt eeuwig in 't licht.

4. Steeds vloeit daar een zilv'-ren stroom van de godd'lijke troon,
Pelgrims drinken 't zuiver nat in dat Sion zo schoon.

Koor. God zal drogen ied're traan als wij eens daar binnen gaan,
Dan wijkt zorg en elk bezwaar want geen nacht is aldaar.
~ Glorieklokken nr.272 ~
Geen nacht aldaar.