1. Daar is een hand, zo schoon en rein,
Die legt zich op mijn hartepijn.
In uren van de diepste smart,
Voel ik die druk zacht op mijn hart.
2. Die hand voert mij door 't leven heen,
Beschut mijn voet voor ied're steen,
Zij leidt mij langs het smalle pad,
Tot 'k inga in de gouden stad.
3. Die hand werd eenmaal zwaar verwond,
Doornageld werd zij voor mijn zond'.
O Jezus, Midd'laar vol gena,
Gij droegt mijn schuld op Golgotha.
Koor. 't Is Jezus' hand, doorboord voor mij,
Die redde uit satans slavernij,
Mijn zonden dekte en mijn schand'
Die hand vol liefd' is Jezus' hand.