1. Mijn ziel verblijdt zich, dat mijn God,
Mijn zorgen en mijn smarten kent,
En dat ik eens aan 't eind der baan,
Het doel van 't lijden zal verstaan.

2. 't Verblijdt mij dat mijn Vader weet,
Dat ik tot 't eind getrouw wil zijn,
En daartoe alles dragen wil,
Wat Hij mij oplegt, groot of klein.

3. Ja, 'k ben verblijd, dat Hij mij leidt,
Langs afgrond diep, naar d'overzij,
Mijn tranen telt, mijn lasten draagt,
O, welk een trouwe Vriend is Hij.

Koor. Mijn Vader, neen, vergist zich niet,
Hij schenkt mij vreugde en verdriet.
Zijn trouwe hand verwondt en heelt,
Opdat 'k gevormd word' naar zijn beeld.
~ Glorieklokken nr.340 ~
Gevormd naar zijn beeld.