1. Eens schonk God mij een droom, ja, een wondere droom,
In het uur van de komende dag,
Toen de nachtschaduw week voor de glimlach der zon,
En mijn ziel nog in sluimering lag.

2. In mijn droom zag 'k mijn Koning op wolken van goud,
Nederdalen in glorie en pracht;
Door zijn eng'len omringd en zijn heilige schaar,
Allen lovend zijn glorie en kracht.

3. En ik las het verlangen op 't dierbaar gelaat,
Van de Bruidegom, die nadert zijn bruid,
En zijn oog rustte liefdevol op deze schaar
Die ter middernacht toog tot Hem uit.

4. En ik zag hoe zijn blik zocht mij, nederig kind,
Ja, mijn dierbare Jezus zocht mij.
En een liefde, zo teder, vervulde mijn ziel,
Welk een heerlijke Heiland is Hij.

Koor. O, die wondere droom is een boodschap van heil,
Profetie van een eeuwig bestaan,
En ik weet, als mijn oog 't licht zal zien van omhoog,
Dat mijn droom in vervulling zal gaan.
~ Glorieklokken nr.363 ~
Mijn wondervolle droom.