1. Als 'k voor mij zie het heilig kruis,
Waaraan eens mijn Verlosser stierf,
Verliest al 't aards' voor mij zijn glans,
Sterft ook mijn trots, die mij verdierf.
2. Mijn ziel, die 't in zichzelf nog zocht,
Kan enkel leven van gena
Ik wil in niets meer roemen nu,
Dan in het kruis van Golgotha.
3. Daar zie ik wat de zonde is,
En wat de Heiland voor mij deed,
Toen, tot verlossing van mijn ziel,
Hij daar zijn bange strijd volstreed.
4. Ik leefde zonder Jezus eerst,
Maar nu ik zijne liefde ken,
De wereld mij gekruisigd is,
En ik der wereld gekruisigd ben.
5. Als dank voor zulk een liefd' is al
Wat d'aarde geven kan te klein,
Gij vraagt het hart, Heer, 'k geef het U;
't Dankoffer wil ik zelf U zijn.