1. Doe mij rusten aan Uw hart, o Heer,
Slechts bij U vind 'k vree en rust.
Gans de wereld is vol van zorgen, Heer,
Voer mijn ziel naar veil'ge kust.
Donk're neev'len dekken d' aarde,
Als een rouwfloers somber dicht,
Maar de ziel, met God verenigd,
Wandelt eeuwig in het licht.
2. Vol genade is Uw Vaderhart,
Op U steun ik in de nood,
Gij, de Trooster, in mijn zorg en smart,
Die Uw bloed voor mij vergoot.
Als de stormwind woedt in 't leven,
Spreekt Uw stem met kracht: "Zwijg stil"!
Satans machten doet Gij beven,
Op dat machtswoord van Uw wil.
3. In de wereld is geen vrede, Heer,
Maar Uw liefde troost in smart;
Zij die bidden, dragen stille vree.
Diep verborgen in het hart.
Altijd kunt Gij uitkomst geven,
Aan de ziel, die op U wacht,
Helder straalt Uw liefd' ons tegen,
Als een ster in duist're nacht.
Koor. Doe mij rusten aan Uw hart, o Heer,
Slechts bij U vind 'k vree en rust.
Gans de wereld is vol zorgen, Heer,
Voer mijn ziel naar veil'ge kust.