1. In Bethlehems stal, in een kribbe zo klein,
Lag eenmaal mijn Koning en Heer.
Hij daalde op aard, onschuldig en rein,
Om te dragen mijn zonden en pijn.

2. Voor Jezus, Gods Zoon, was geen plaats hier ter woon,
Hij duldde stil smaadheid en hoon.
Hij droeg onze schuld en stierf aan het kruis,
Baand' een weg ons naar 't hemels tehuis.

3. O, glorie zij God, die zijn Zoon tot ons zond,
Als 't Lam dat voor ons werd geslacht.
O, prijst Jezus' naam, gij christ'nen tezaam.
Voor 't offer voor ons eens gebracht.

Koor. O, Bethlehems ster, vol glorie en pracht,
Gij verscheent aan de trans in duistere nacht.
Mijn oog blijft gericht op uw vriendelijk licht,
Gij, mijn Redder en Heer,
U zij lof, dank en eer.
~ Glorieklokken nr.391 ~
O, Bethlehems ster.