1. Toon me Uw gelaat, dierbare Heer,
Uw aangezicht, lieflijk en teder,
Tot 't moede hart, treurend in smart,
keert vrede dan weder.
Vreugdeglans schijnt, 't duister verdwijnt
Bij 't licht Uwer vriend'lijke ogen,
Liefde zo teer, daalt op mij neer
Een straal van de hoge.

2. Toon me Uw gelaat, lieflijk en schoon,
In duistere nacht van het lijden.
Waar vlucht ik heen? Tot U alleen,
Gij kent al mijn strijden.
Leid me aan Uw hand, naar 't hemels land,
En blijf aan mijn zij in dit leven.
Niemand dan Gij, kan ook van mij
De zonden vergeven.

3. Toon me Uw gelaat, o dierb're Heer,
Want zonder U kan ik niet leven,
't Blijven in U, zij vanaf nu
Mijn dagelijks streven.
In U de kracht, genade en macht,
Niets kan mij Uw liefde ontroven,
'k Zing tot Uw eer, o dierbre Heer,
En zal U steeds loven.
~ Glorieklokken nr.402 ~
Toon me Uw gelaat.