1. In deez' stille, heil'ge ure,
Nader ik tot U o God,
Gij, de Leidsman van mijn leven,
En Bestuurder van mijn lot.
2. 'k Doolde eens op donk're wegen,
't Harte vol van wereldlust.
Jezus heeft mijn schuld vergeven,
In Hem vond mijn ziele rust.
3. In het watergraf bedolven,
Ligt mijn ganse zondeschuld,
En verrezen met mijn Heiland,
Word ik met zijn kracht vervuld.
4. Al mijn gaven en talenten,
Wijd ik aan Uw dienst, o Heer,
Wil z' o trouwe Vriend mijns harten,
Steeds gebruiken tot Uw eer.
Koor. 'k Leg nu alles op het altaar,
'k Ben de Uwe voor altijd,
U, de Redder mijner ziele,
Zij mijn leven toegewijd.