1. Als 'k in mijn jonge leven U vergat,
Weer oog voor wereldse bekoring had,
Mijn voet soms uitgleed op het smalle pad,
Vergeef mij, o Heer.

2. Als 'k U bedroefd heb door mijn woord en daad,
Of luisterde naar valse vriendenraad,
Mij zelf vaak zocht in koude eigen  baat,
Vergeef  mij, o Heer.

3. Ik weet, Gij wilt altoos mijn Helper zijn,
Mijn trouwe Vriend bij nacht en zonneschijn.
Ach, dat 'k U vaak bedroef, dat doet mij pijn,
Vergeef mij, o Heer.

4. Wanneer mijn ziel U niet kan vinden, Heer,
Geen zon, noch sterrenglans vertroost mij meer,
Met U slechts één te zijn, is wat 'k begeer,
Vergeef mij, o Heer.

5. Ik leg opnieuw mijn leven voor U neer,
Behoed mij voor verzoeking, keer op keer,
Opdat ik leev' en wand'le, U ter eer,
Heb dank, o mijn Heer.
~ Glorieklokken nr.427 ~
Vergeef mij, o Heer.