1. Mijn leven was vervuld van aards genot,
Ik wandelde in 't duister, ver van God,
Maar een licht verscheen, dreef de wolken heen,
En tot mijn zondig hart kwam Jezus.
2. Nadat Hij al mijn schuld had weggedaan,
Is in mijn hart de zonne opgegaan,
En Hij sprak tot mij: "Geef uw leven mij,"
Toen gaf ik gans mijn al aan Jezus.
3. Nu zetelt Jezus op mijns harten troon,
En 'k weet, hierboven wacht mij straks een kroon.
O, zijn heerschappij maakt mijn ziel zo blij,
Er is geen vriend zo trouw als Jezus
4. De wereld met haar schatten zal vergaan,
Maar 's Heren trouw blijft eeuwiglijk bestaan,
Met zijn bloed kocht Hij mij van zonden vrij,
Ik geef de wereld op voor Jezus.
Koor. Jezus is de Koning van mijn hart,
Hij regeert in mij, maakt van banden vrij,
Ik leg nu af het kwade dat Hem smart,
Ja, Jezus is de Koning van mijn hart.