1. Geloofd zijt Gij, Immanuel, wees welkom in ons midden.
Dat ied're tong U loven mag en ied're stem U aanbidden.
Geloofd zijt Gij, o Levensvorst,
Gij hebt het kruis voor ons getorst
En reddet ons van straf en hel.
2. Geloofd zijt Gij, Immanuel, Gij kindeke zo teder.
Het ganse mensdom ziet op U, Gij schonkt het liefde weder.
Een doornenkroon werd straks Uw loon,
Geen dankbaarheid doch spot en hoon,
Toch overwont Gij dood en hel.
3. Geloofd zijt Gij, Immanuel, wees welkom Heer der Heren;
Rondom Uw kribbe straalt Gods licht, wij zullen U steeds eren.
De macht van satan is vertreên,
Door d'overwinningskracht van Eén,
Die voor ons leed zo diep en fel.
Koor. Geloofd, geloofd, geloofd Zijt Gij, Immanuel.
Ere zij de Vorst Immanuel, Heil Immanuel, Immanuel,
Glorie en ere en majesteit, wijsheid tot in alle eeuwigheid.
Ere zij zijn naam, Heil Immanuel, Immanuel.
Heil Immanuel, Immanuel, Levensvorst van Bethlehem,
Looft Hem, Immanuel. Amen.