1. O ziele, die daar ronddoolt in de zandwoestijn,
Steek over toch naar Kanaan!
Bij ons zijn schone vruchten, honing, most en wijn,
Steek over toch naar Kanaan!
2. Wat staat gij toch van verre op de Nebo-top?
Steek over, vriend, naar Kanaan!
O, hef uw somb're blik naar Kanaans bergen op!
Steek over, vriend, naar Kanaan!
3. O, laat de letter los, kom uit uw zandwoestijn,
Steek over toch naar Kanaan!
In oude zakken stort God niet de nieuwe wijn,
Steek over toch naar Kanaan!
4. De letter doodt, maar levend maakt de Geest van God,
Steek over toch naar Kanaan!
Hier heerst alleen de liefde als het hoogst gebod,
Steek over toch naar Kanaan!
Koor. Steek over, vriend, naar Kanaan,
Steek over vriend, naar Kanaan!
Waar de druif van Eskol groeit,
Waar de melk en honing vloeit,
Steek over, vriend naar Kanaan!