1. Als de schaad'wen zullen vlieden en de dageraad breekt aan,
Als het morgenrood zal glanzen en de zon is opgegaan;
O, dan zal ik Hem aanschouwen, Hem mijn Herder en mijn Heer,
Die zijn schapen kent bij name en ze voortleidt trouw en teer.

2. Door het dal van donk're schaduw voert Hij mij aan waat'ren rein
En zijn stem spreekt vol erbarmen: "Vrees niet, Ik zal met u zijn".
Ja, zijn staf zal mij beschermen, in het uur van strijd en nood,
Want Hij kent zijn trouwe schapen, die Hem volgen tot de dood!

3. Over bergen en door dalen volgt het schaap des Herders spoor,
Lettend op zijn zachte wenken, neigend naar zijn stem het oor.
Als de schaad'wen zullen vlieden en de dageraad breekt aan,
Als het morgenrood zal gloren, zal ik naast mijn Heiland staan.

Koor. Ja, Hij kent zijn schaap bij name, kent mijn moeite, zorg en plicht. Als de schaad'wen zullen vlieden, voert Hij mij in 't eeuwig licht!
~ Glorieklokken nr.478 ~
Als de schaduwen vlieden.