1. U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.
Uit een blinkend strómen daald' een engel af,Heeft de steen genomen van 't verwonnen graf.
U zij de glorie, opgestane Heer!
U zij de victorie, nu en immermeer.

2. Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!
Hij brengt al de zijnen  in  zijn  armen  weer.
Weest dan volk des Heren, blijd' en welgezind,
en zegt telken-kere: Christus overwint!
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer.

3.Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,
Die mij heeft genezen, Die mij vrede geeft?
In zijn godd'lijk wezen is mijn glorie 'groot,
Niets heb ik te vrezen in leven en dood.
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, nu en immermeer!
~ Glorieklokken nr.50 ~
U zij de glorie.