1. De Herder der liefde zoekt 't arme lam,
Dat dwaalde van 't pad der eer.
In bos en ravijn zoekt de trouwe Heer
Steeds roepend: keer weer, keer weer!
2. De Herder der liefde kent uwe naam,
Neen, nimmer vergat Hij u,
O, kind van Gods liefde, weersta Hem niet,
Maar laat u toch vinden, nu.
3. De Herder der liefde leidt u in 't licht,
Aan wateren diep en rein;
Aan grazige weiden vol heerlijkheid,
In hemelse zonneschijn.
Koor. Kom, kom, kom, kom, kom, kom, kom, kom!
Keer weer tot Hem, die u bemint.
"Ik zocht u zo lang, mijn kind!"