1. Zing mij een lied, van die lieflijke Roos,
Bloeiend in 't land, ginds ver over zee.
Bloeme van Saron, glanzend rein,
Deel aan mijn ziel uw schoonheid mee.

2. Eens doold' ik rond in een donk're vallei,
'k Vond daar een bloem en zij sprak zacht tot mij.
Sprak van Gods liefde, wonderschoon,
Ons geopenbaard in Hem, Gods Zoon.

3. Spreid zoet uw geuren, o lieflijke Roos,
Onder het mensdom, in zonde verstard;
Zeeg'nend en helend, wonderzacht,
O, Roos van Saron, bloei in mijn hart.

Koor. O, Roos van Saron, lieflijk en teer,
Symbool van Hem, mijn Heiland en Heer.
Bloeme vol pracht, Trooster in smart,
O, Roos van Saron, bloei in mijn hart.
~ Glorieklokken nr.516 ~
O, Roos van Saron, bloei in mijn hart.