1. In de avondstond, vol rust en vree,
Het oog omhoog gericht,
Zag ik, in een lieflijk visioen,
Mijn moeder in hemels licht.

2. In het verre land hoord' ik die stem,
Zacht pleitende voor haar kind,
En ik weet, God hoort het trouw gebed
Van 'n moeder, die zo bemint.

3. Als beproeving in mijn leven komt,
Dan weet ik Gods hulp nabij,
Een zoete troost vervult mijn hart;
Want 'k weet: moeder bidt voor mij.

4. O, waar ouders bidden voor hun kind,
Vangt steeds de verlossing aan.
Onze God verhoort 't geloofsgebed,
Hij laat nooit een bidder staan.

Koor. Ik zag mijn moeder knielen,
Eerbiedig voor God neer,
En 'k hoorde zacht haar fluist'ren:
Gedenk mijn kind, o Heer.
~ Glorieklokken nr.537 ~
Ik zag mijn moeder knielend.