1. Samen wachtend in de opperkamer op bevel van de verrezen Heer.
De belofte van de Vader viel op de discip'len neer (o halleluja)
Toen de Geest van God op allen daalde, als een sterke wind en tongen vuur.
Zo ook zoeken wij de zegen: Vul ons hart met glorie in dit uur.

2. Als Elia staan wij op de Karmel en getuigen van dit blijde feest:
Jezus Redder en Geneesheer, ja, Hij doopt nog met zijn Geest! (o halleluja)
Geef dit levend water aan de zondaar; om te redden staat zijn liefde klaar.
Door het volle evangelie, want Gods ganse woord blijft eeuwig waar.

3. Met elkander zoeken wij de zegen, de belofte van het nieuw verbond.
Voor de vaders en de kind'ren, voor die tijd en deze stond (o halleluja)
Wij geloven in die volle vreugde, grijpen biddend de doorboorde hand.
Schenk, o schenk Uw Geestesgaven. zet ons hart met hemelvuur in brand.

4. Met een kolenvuur van 't hemels altaar raak de lippen aan tot lof en prijs,
tot aanbidding en vervulling. Dat ons lied ten hemel rijs. (o halleluja).
Laat de wolkkolom nu nederdalen, overstroom ons met Uw vuur en licht.
Juichend trekken wij steeds verder, want het eind der reis komt reeds in 't zicht.

Koor. Zend het vuur neer. Zend het vuur neer.
Zend het vuur des Geestes neer.
Wij verlangen te ontvangen en wij , roepen tot U, Heer:
Zend het vuur neer. Zend het vuur neer.
Dat de hemel zich ontsluit:
Uit de schitt'ring van Uw wezen stort het Pinkstervuur op allen uit.
~ Glorieklokken nr.545 ~
Zend het vuur neer.