1. Spreek mij van 't wondervol kruis, 't Kruishout van Golgotha. Waarop mijn Heiland, Gods Zoon, 't Leven gaf uit gena.
't Bloed drupte neer uit zijn wonden,
't Lieflijk gelaat wreed geschonden,
O dat droeg Hij voor mijn zonden,
Ginds op dat ruw houten kruis.
2. 't Hoofd wreed met doornen gekroond,leedt Gij, mijn Heer en God. Bitter gesmaad en gehoond, hingt Gij aan 't kruis ten spot.
't Lichaam verminkt door de slagen, droegt Gij de smart zonder klagen,
Torstet Gij kwelling en plagen, ginds op dat ruw houten kruis.
3. Jezus, mijn Heiland en Heer, Lam Gods voor ons geslacht.
U zij de lof en de eer, eeuwiglijk toegebracht.
Liefde zo innig en teder,
Daalde tot zondaren neder,
Bracht ons de zaligheid weder, ginds op dat ruw houten kruis.
Koor. Spreek van 't kruis. Spreek van 't kruis.
Wond're liefde, spreek mij van 't wondervol kruis.